Methode
Niets hier vraagt om geloofd te worden. Deze pagina zet uiteen hoe elke analyse werkt, zodat een uitkomst onderzocht kan worden in plaats van aangenomen — en zodat de plekken waar een methode blind is even zichtbaar zijn als de plekken waar ze spreekt.
De vorm van het geheel
Moria is één bestand. Alle vijf analyses zijn vooraf over de hele canon berekend en erin verpakt, samen met de teksten zelf, zodat er niets wordt opgehaald en niets wordt vastgelegd. Het bouwen gaat in acht stappen, van het inlezen van de brondocumenten tot het in elkaar zetten van de pagina, en dat hele proces is met openbare gegevens te herhalen.
De eenheid is overal het vers — 31.102 in totaal, in de versindeling die de King James Version aanhoudt. Alles op dat ene raster krijgen kost het meeste werk, en twee van de acht stappen doen niets anders.
De teksten op één raster
De Nederlandse tekst komt uit de uitgebreide export van de Statenvertaling, die de oorspronkelijke kanttekeningen bevat, bij elk woord een Strong-nummer geeft en de KJV-telling al volgt. De eenvoudige export doet dat niet: bij zo’n zestig psalmen volgt die de masoretische telling, waar het opschrift vers 1 is, en loopt de tekst dus één of twee verzen uit de pas met al het andere.
Dat wordt niet met de hand rechtgezet maar in twee stappen gecontroleerd. De VerseMap van het project achter de oudtestamentische tekst zegt zelf welke hoofdstukken anders geteld worden en hoe; dat levert de plaatsen op waar iets te doen kan zijn. Elke plaats wordt daarna nagemeten door het Nederlands naast het Engels te leggen en te kijken naar gedeelde eigennamen, getallen en de lengte van het vers — drie dingen die bij vertalen herkenbaar blijven. Alleen waar de masoretische lezing duidelijk beter scoort, wordt die toegepast. De stap corrigeert nu niets meer, maar rapporteert alleen, zodat een verandering van tekstbron meteen opvalt in plaats van stilzwijgend door te werken.
De Septuaginta-brug
Het Nieuwe Testament citeert het Oude vrijwel altijd in het Grieks van de Septuaginta. Hebreeuws en Grieks laten zich niet woord voor woord vergelijken; Hebreeuws en de Septuaginta evenmin — maar de Septuaginta en het Nieuwe Testament wel, want die zijn in dezelfde taal geschreven. Daarom is elk oudtestamentisch vers met Septuaginta-tekst rechtstreeks met elk nieuwtestamentisch vers vergeleken.
Er wordt op twee dingen tegelijk gelet. Ten eerste op zeldzame reeksen van drie woorden die in beide verzen voorkomen: dat is het kenmerk van een citaat, want dan staan niet alleen dezelfde woorden er maar ook in dezelfde volgorde. Ten tweede op de vraag hoeveel de twee verzen in hun woordgebruik als geheel op elkaar lijken, waarbij zeldzame woorden zwaarder tellen dan gewone. Dat tweede vangt de vrijere toespelingen op.
De Septuaginta heeft een eigen versindeling. De psalmen schuiven op; Jeremia heeft een andere volgorde. Welk Grieks vers bij welk gewoon versnummer hoort, is niet met de hand in een tabel gezet maar uit de tekst zelf afgeleid. Eigennamen blijven bij vertalen herkenbaar, dus van elke Griekse en Hebreeuwse naam worden de klinkers weggelaten en de overgebleven medeklinkers naast elkaar gelegd. Per boek wordt daarna de reeks gezocht die de meeste namen laat kloppen en de verslengten het best laat passen, met één voorwaarde: de reeks mag nooit terugspringen. Juist die voorwaarde vangt de plaatsen op waar de Septuaginta twee psalmen tot één maakt of één in tweeën deelt, zoals bij Psalm 9. Voor Jeremia, het enige werkelijk herschikte boek, zijn twee hoofdstukindelingen tegen elkaar getoetst — een berekende en de klassieke tabel uit de tekstkritiek — en de best scorende is aangehouden. Op 34 bekende ijkpunten — Psalm 110:1 als Septuaginta 109:1, Jeremia 31:31 als 38:31, en zo verder — klopt de uitlijning in 33 gevallen.
Waarom het bewijs herberekend wordt en niet bewaard
Bij elk verband staan de woorden die het veroorzaakt hebben, en die worden in de browser opnieuw uitgerekend op het moment dat je ernaar kijkt, met exact dezelfde woordindeling en stopwoordenlijsten als de analyse zelf. De markeringen opslaan zou kleiner en sneller zijn geweest, maar zou het risico meebrengen dat er iets anders gemarkeerd wordt dan wat de score veroorzaakte.
Dat levert meteen iets bruikbaars op. Blijft er niets gemarkeerd terwijl de score hoog is, dan loopt het verband langs een ander spoor — via het Grieks bijvoorbeeld, terwijl de vertalingen uiteenlopen. Dat is informatie, en die is alleen zichtbaar doordat het bewijs opnieuw wordt afgeleid in plaats van opgeslagen.
Waar de methoden zwijgen
Elk van de vijf heeft een blinde vlek, en wie die blinde vlekken kent, kan de uitkomsten eerlijk lezen.
De kruisverwijzingen tonen helemaal geen tekstbewijs, omdat ze niet uit de tekst zijn afgeleid. Ze leggen vast waar lezers, eeuwenlang, oordeelden dat twee passages bij elkaar horen.
De grondtekstmethode kan de kloof tussen het Hebreeuws en het Grieks niet overbruggen. Ze zal een Hebreeuwse psalm nooit rechtstreeks aan zijn Griekse citaat verbinden.
De Septuaginta-brug vindt alleen citaten die de bewoording van de Septuaginta volgen. Waar het Nieuwe Testament een andere Griekse tekst volgt, of zelf het Hebreeuws vertaalt, zwijgt de brug — en dat zwijgen is geen bewijs van afwezigheid.
De citaatmethode via de vertaling loopt via een vertaling, wat betekent dat de woordkeus van de vertalers mede bepaalt wat er gevonden wordt. De citaat- en thema-analyses zijn berekend op de Nederlandse en Engelse tekst; in het scherm van leesvertaling wisselen verandert wat je leest, niet wat er gescoord is.
De thematische methode is statistiek. Ze weet dat twee teksten de taal op dezelfde manier gebruiken. Ze weet niet wat een van beide betekent.