Werner VorstmanInstrumenten om de Schrift nauwkeurig te lezen
Steun het werk
Instrument VI

De Maan

Welke maan er vandaag staat, hoe laat hij opkomt en ondergaat, hoe ver hij weg is, en de hoeveelste dag van de bijbelse maand het is. Sleep het lint eronder naar links of naar rechts en je loopt door de maanden, terug tot waar je wilt en vooruit zo ver als je kijken wilt.

Waarom de maan ertoe doet

Deze pagina tekent de maan niet omdat hij mooi is. In de tekst heeft hij een taak: hij opent de maand. En omdat elke feestdag in de wet een dag in een maand is, ligt geen van die dagen vast zolang de maand niet vastligt. Dat is in vier stappen na te lezen, en elke stap staat er met zoveel woorden.

Waar de maan voor gemaakt is. Eén vers zegt het rechtstreeks:

Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang. Psalm 104:19

Gezette tijden vertaalt het Hebreeuwse mo’adim. Dat is niet zomaar een woord voor jaargetijden: het is het woord waarmee Leviticus de feesten aankondigt — de gezette hoogtijden des Heeren, de heilige samenroepingen (Leviticus 23:4). Datzelfde woord staat op de vierde scheppingsdag:

En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! Genesis 1:14

Daar hoort meteen een voorbehoud bij. Veel vertalingen zetten in Genesis 1:14 het woord seizoenen, en dan lijkt het over zomer en winter te gaan. Of Genesis daar al aan de feesten denkt, is een leesvraag waarover je anders kunt beslissen dan ik. Dat het om hetzelfde Hebreeuwse woord gaat als in Leviticus 23, is dat niet: dat kun je nakijken.

Waar de maand begint. Vlak voor de uittocht krijgt Israël een kalender, en dat is het eerste wat het krijgt:

Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn. Exodus 12:2

Het woord voor maand is hier chodesh, en dat is in het Hebreeuws hetzelfde woord als voor nieuwe maan. Psalm 81 gebruikt het in die tweede betekenis:

Blaast de bazuin in de nieuwe maan, ter bestemder tijd, op onzen feestdag. Psalm 81:3

Eén woord dus voor twee dingen die in de tekst één ding zijn: de maand is de maanmaand, en zij begint waar de maan opnieuw begint.

In een gedrukte Statenvertaling staat dit overigens als vers 4 van die psalm, omdat het opschrift daar als eerste vers meetelt. Moria telt de psalmen zoals de Engelse uitgaven het doen, en komt daardoor op vers 3 uit. Het is hetzelfde vers; alleen het nummer verschilt.

De nieuwe maan was zelf een gezette tijd. Er hoorde een offer bij:

En in de beginselen uwer maanden zult gij een brandoffer den Heere offeren: twee jonge varren, en een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren; Numeri 28:11

En er werd op geblazen. Numeri 10:10 zet de twee naast elkaar in één zin — de gezette tijden en de eerste dagen van de maanden:

Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de Heere, uw God! Numeri 10:10

En daarom hangen de samenkomsten eraan. Leviticus 23 zet de feesten op een rij en dateert ze allemaal op dezelfde manier: een dag in een maand. Pascha op de veertiende van de eerste maand (Leviticus 23:5). De Dag van de Bazuin op de eerste van de zevende (Leviticus 23:24). Het Loofhuttenfeest op de vijftiende van diezelfde maand (Leviticus 23:34). Geen van die dagen wordt aan een weekdag opgehangen of aan een stand van de zon; ze worden alle geteld vanaf het begin van een maand.

Daar zit het scharnier. Wie de eerste dag van de maand één dag verkeerd zet, zet elke dag in dat hoofdstuk één dag mee verkeerd. De nieuwe maan bepalen is dus geen bijzaak náást de feesten. Het is de eerste stap ervan, en het is de reden dat deze bladzijde bestaat.

Wat nieuwe maan precies betekent — het moment waarop de maan de zon passeert, of de avond waarop de eerste sikkel weer te zien is — is de ene vraag waar deze site geen sluitend antwoord op geeft, omdat de tekst hem niet beantwoordt. Wat die keuze met elke datum doet, staat op de kalenderpagina.

De maan staat scheef, en dat is geen versiering

Wat je ziet is een foto van de maan met een berekende schaduw eroverheen. De maan keert ons altijd dezelfde kant toe, dus de vlekken liggen vast: alleen de schaduw schuift. Er zitten twee draaiingen in de tekening, en ze doen niet hetzelfde. De eerste bepaalt hoe de schaduw over het gezicht van de maan valt: dat is de hoek die het zonlicht maakt met het noorden van de maan zelf. De tweede kantelt dat hele gezicht in je blikveld, en die hangt af van je breedtegraad en van het uur. Tel je de twee bij elkaar op en teken je één draaiing, dan komt de Mare Crisium op de verkeerde plek te staan.

Die tweede draaiing wordt niet zomaar gekozen. Zij wordt uitgerekend voor het moment dat de maan die dag door het zuiden gaat: het uur waarop hij het hoogst staat en het best te zien is. Rekenen op het middaguur zou eenvoudiger zijn, maar dan staat een afnemende maan meestal onder de horizon, en een kanteling van iets wat je niet kunt zien zegt niets.

In Nederland ligt een jonge maan schuin, met de horens omhoog naar links; wie hem vanaf de evenaar ziet, ziet een schaaltje, en op het zuidelijk halfrond staat hij ondersteboven ten opzichte van wat wij gewend zijn.

De verlichte rand wijst altijd naar de zon, ook als die onder de horizon staat. Juist dat maakt een gekantelde sikkel leesbaar: hij wijst je waar de zon gebleven is.

Twee plaatsen, en waarom ze verschillen

De maan wordt getekend voor de plek waar je bent, en de tijden gelden daar ook. Opkomst, doorgang door het zuiden en ondergang gelden daar, en nergens anders — vijftig kilometer verderop scheelt het al een halve minuut.

De bijbelse dag onderaan elke kaart wordt in Jeruzalem geteld. Dat is met opzet: de maanden openen bij de nieuwe maan zoals die dáár valt, precies zoals de strook boven aan deze site en de kalenderpagina het doen. Zou ik die telling per lezer verschuiven, dan zou een Nederlander op sommige dagen een andere bijbelse datum zien dan een Spanjaard, terwijl het over dezelfde maand gaat.

Waar de site je plaats vandaan haalt, staat onder het lint. Standaard is dat je tijdzone — goed tot op een paar minuten voor bijna iedereen. Wil je het exact, dan is er één knop, en pas als je die indrukt vraagt je browser om je positie.

Wat de merktekens betekenen

In het lint staat onder elke dag een klein woord waar er iets te melden valt. nieuw, 1e, vol en 3e wijzen de vier standen aan: de dag waarop de nieuwe maan, het eerste kwartier, de volle maan of het laatste kwartier werkelijk valt — niet de dag waarop het er het meest op lijkt. Het precieze tijdstip staat in het paneel erboven.

dichtbij en ver markeren het perigeum en het apogeum: het dichtste en het verste punt van de omloop. De maan beweegt niet in een cirkel maar in een ellips, en het verschil is groot genoeg om te zien — bij het perigeum staat hij ongeveer 356.400 kilometer weg, bij het apogeum ruim 406.700. Valt een volle maan samen met het perigeum, dan is dat wat de kranten een supermaan noemen: de schijf is dan zo’n veertien procent breder dan bij een volle maan in het apogeum. Een ruitje rechtsboven in een dagvakje betekent dat er die dag een gezette tijd valt; staan er twee, dan vallen er twee op één dag. Dat gebeurt met de Dag van de Eerstelingen, die op de dag na de sabbat van de week der ongezuurde broden valt en daardoor in sommige jaren samenkomt met de eerste of de laatste dag van dat feest — in 2027 met de laatste, in 2028 met de eerste. Welke gezette tijden het zijn, staat in het paneel erboven.

Waar de getallen vandaan komen

Alles op deze pagina wordt in je eigen browser uitgerekend, uit hoofdstuk 47, 48 en 49 van Jean Meeus, Astronomical Algorithms. Hoofdstuk 47 geeft de plaats van de maan — zestig periodieke termen voor de lengte en de afstand, zestig voor de breedte. Hoofdstuk 48 geeft het verlichte deel van de schijf, berekend uit de werkelijke elongatie en de twee afstanden, niet uit de ouderdom van de maan: rond de kwartieren scheelt dat een procent, en dat zou opvallen. Hoofdstuk 49 geeft de vier standen, en dat is dezelfde bron waar de kalender zijn maanden mee opent.

De uitkomsten zijn getoetst. De stand van de maan komt tot op het laatste cijfer overeen met het uitgewerkte voorbeeld dat Meeus zelf geeft, en de tijden van opkomst en ondergang wijken minder dan drie seconden af van een volledig onafhankelijke ephemeride. Er is geen server bij betrokken en er wordt niets opgehaald: sluit je het internet af, dan blijft dit werken.

De foto van de maan is “Full Moon Moon Png Clipart” van Andrea Stöckel, via publicdomainpictures.net, onder CC0 in het publieke domein. Ik heb hem uitgesneden op de schijf en teruggebracht tot 384 pixels; de schaduw erop is gerekend, niet meegeleverd.

De kalender, voor het hele jaar →  ·  Gebruikte teksten en datasets →