De Tijdlijn
Honderddrieënvijftig levens, regeringen en gebeurtenissen over één as. De ruggengraat is de datering waarmee historici werkelijk werken; daarnaast loopt de telling die je krijgt door de getallen in Genesis en Koningen bij elkaar op te tellen. Over het verschil tussen die twee wordt al lang getwist; hier is het gewoon te zien. Bij elk item staan de teksten waarop het berust.
Twee tellingen
Geschiedenis staat standaard aan. Voor de koningstijd volgt zij de reconstructie van Edwin Thiele, die als werkstandaard geldt. Koningen en Kronieken dateren de regeringen aan elkaar — zoveel jaar van de een in het zoveelste jaar van de ander — en die opgaven spreken elkaar op het eerste gezicht tegen. Thiele lost dat op zonder één getal te veranderen: hij laat vader en zoon een tijd samen regeren, en laat de twee rijken hun jaar op een ander moment beginnen. Vóór de koningstijd geeft hij marges, omdat het bewijs niet meer toelaat. Vóór Abraham geeft hij niets.
Uit de tekst is de andere as: jaren van de wereld, vooruit geteld vanaf de getallen in Genesis 5 en 11 en verder door de regeringen heen, met AM 1 op 4022 v.Chr. Op deze telling wordt heel Genesis zichtbaar — Metuselach die sterft in het jaar van de Zondvloed, Sem die nog leeft als Abraham geboren wordt — en dat is juist wat een telling in jaren vóór Christus niet kan laten zien, want die weet van Metuselach en Sem geen jaartal.
Wissel je van telling, dan verschijnen er onderdelen en verdwijnen er andere. Veertig ervan hebben geen historische datering; vijfenvijftig hebben geen jaartal in de tekst. Onder de grafiek staat om hoeveel het gaat — ze verdwijnen niet stilletjes.
Hoe je de grafiek leest
Een dichte balk is een tijdvak dat de bronnen vastleggen. Een gearceerde balk is bij benadering of omstreden. Een stip is één jaar. De kleuren scheiden de banen — rijken, de koningen van Juda, de koningen van Israël, de profeten, personen, gebeurtenissen — en elke baan kun je uitzetten.
Klik op iets voor de jaartallen in beide tellingen, hoe vast de datering staat, de teksten erachter en, als er een geschilpunt is, wat dat is.
De ankers
De chronologie is geen keten van gissingen. Zes bronnen van buiten houden haar op haar plaats, en al het andere wordt daaraan gemeten.
| Jaar | Wat het vastlegt |
|---|---|
| 1208 v.Chr. | De overwinningsstèle van Merneptah noemt een volk Israël dat al in Kanaän woont — de oudste vermelding buiten de Bijbel. |
| 853 v.Chr. | Het Assyrische verslag van Qarqar noemt Achab de Israëliet onder de koningen die Salmanassar III bevochten. |
| 841 v.Chr. | De Zwarte Obelisk toont Jehu die schatting brengt, in het achttiende jaar van Salmanassar. |
| 763 v.Chr. | Een zonsverduistering in de Assyrische eponiemenlijst, door de astronomie op 15 juni gedateerd — dat dateert de lijst, en daarmee de koningen. |
| 597 v.Chr. | De Babylonische Kroniek geeft de dag waarop Jeruzalem viel en Jojakin werd weggevoerd: 16 maart. |
| 51–52 n.Chr. | Een inscriptie in Delphi dateert Gallio's proconsulaat over Achaje, en daarmee Paulus voor zijn rechterstoel — de vastste datum van het Nieuwe Testament. |
De drie werkelijk omstreden plaatsen
De uittocht. Lees 1 Koningen 6:1 letterlijk en de 480 jaar terug vanaf Salomo’s vierde regeringsjaar komen uit op 1446 v.Chr. Lees Exodus 1:11, waar Israël Pi-Ramses bouwt, als aanwijzing dat Ramses II toen op de troon zat, en de datum schuift naar ongeveer 1250. De meeste kritische geleerden houden de late datum aan of zien het vertrek als veel kleiner dan het verhaal beschrijft; behoudender wetenschap houdt 1446 vast. De grafiek tekent 1250 en noemt 1446 bij het item, want één antwoord geven zou hier meer zekerheid suggereren dan er is.
De val van Jeruzalem. 587 of 586, afhankelijk van de vraag of het troonsbestijgingsjaar van een koning als zijn eerste telde. Eén jaar; verder verschuift er niets.
De kruisiging. Twee jaren voldoen aan elke voorwaarde — 30 en 33 n.Chr. Beide vallen binnen de tien jaar van Pilatus, beide volgen op het vijftiende jaar van Tiberius. Lees je Mattheüs 12:40 als drie dagen en drie nachten, met de opstanding op de Dag van de Eerstelingen en dus op een zondag, dan valt de dood op een woensdagmiddag. Geteld vanaf de astronomische conjunctie, zoals de Kalender telt, valt Pascha op een woensdag in 30 en 33 n.Chr. — 27 valt af, want dat jaar ligt vóór het vijftiende van Tiberius; geteld vanaf de eerste zichtbare sikkel, zoals de meeste reconstructies doen, valt hij op de vrijdag — de oudere lezing, en de lezing waar Goede Vrijdag op rust. Welke conventie je aanhoudt, bepaalt zowel de dag als het jaar.
Waar de richters gebleven zijn
De onderdrukkingen en richterschappen in Richteren tellen op tot zo’n 410 jaar, en zoveel tijd is er tussen de intocht en Saul niet. De gewone lezing is dat de richters ieder een eigen streek hadden en elkaar in de tijd overlapten: Debora en Gideon beiden in het noorden, Jefta in Gilead aan de overkant van de Jordaan, Simson tegen de Filistijnen aan de kust. De tekst wijst daar zelf op — de helft van de stammen geeft gehoor aan Debora en de helft niet. Daarom krijgen de afzonderlijke richters wel de duur die de tekst geeft, maar geen plaats op de historische as. Schakel over naar de telling uit de tekst en ze verschijnen.
Waar de getallen vandaan komen
Het rekenblad achter de tweede telling is dat van Werner Vorstman zelf, uitgewerkt uit de tekst. De keten loopt zo: Genesis 5 en 11 voor de levensduren; de 430 jaar van Galaten 3:17, geteld vanaf Abrams intocht in Kanaän; de 400 van Genesis 15:13 vanaf het spenen van Isaak; de 480 van 1 Koningen 6:1 tot Salomo’s vierde jaar; en daarna de regeringsduren van Koningen en Kronieken.
Die 430 jaar vragen wel een keuze. Exodus 12:40 zegt in het Hebreeuws dat het verblijf “in Egypte” 430 jaar duurde; de Septuaginta en de Samaritaanse Pentateuch lezen “in Egypte en in Kanaän”. Alleen bij die tweede lezing sluit de keten, en die is hier aangehouden.
Het rekenblad heeft twee tabbladen die op één punt uiteenlopen: drie jaar, rond Abrams geboorte. Aangehouden is de keten waar de totalen verder op rusten.
Op vier plaatsen laat die keten een regering langer duren dan het kale getal in Koningen, zodat de noordelijke en zuidelijke lijst elkaar blijven raken: Amasja dertien jaar, Jerobeam II vierentwintig, Pekach negen, Azarja twee. Het rekenblad houdt die verschillen in een eigen kolom bij in plaats van ze weg te werken, en dit instrument doet hetzelfde — bij het item staat wat Koningen geeft en wat de tweede telling gebruikt. Thiele lost hetzelfde probleem langs een andere weg op, met mederegentschappen. Twee oplossingen dus voor één probleem, en de grafiek laat ze allebei zien.
De historische jaartallen zijn de gangbare: Thiele voor het gedeelde rijk, de Assyrische eponiemenlijst en de Babylonische kronieken voor de ankers, Josephus en de inscriptie van Delphi voor de eerste eeuw. Waar de wetenschap verdeeld is, staan beide mogelijkheden bij het item.
De Kalender, voor de dag en het uur → · Gebruikte teksten en datasets →